Goed drukwerk begint bij een goed bestand. Hier vind je alles wat je nodig hebt om je ontwerp drukklaar aan te leveren: van afloop en kleuropbouw tot snijlijnen, veredelingen en de juiste PDF-instellingen.
Exporteer je ontwerp altijd naar PDF, op ware grootte. Bij enkele producten, zoals foto op canvas, kan ook een JPG — zet die dan eerst om van RGB naar CMYK.
Andere bestandsindelingen kunnen we niet verwerken: geen EPS, AI, INDD, PS of PNG.
Een upload kan maximaal 1 GB groot zijn. Is je bestand groter, optimaliseer het dan eerst — bijvoorbeeld met de PDF-optimalisatie in Adobe Acrobat.
Pas ook op met extreem veel vectorpunten: raster complexe vlakken waar dat kan, of voeg vormen samen tot één pad.
Sommige producten hebben stans- en rillijnen die je uit de werktekening in je ontwerp moet overnemen. Bij verpakkingen voor cosmetica, voeding en wegwerpartikelen staan er vaak verplichte elementen op, zoals een ingrediëntenlijst of markeringen. Neem die altijd mee; ze zijn wettelijk verplicht.
Vraag de werktekening bij ons opDrukwerk wordt op grote vellen gedrukt en in stapels gesneden. Omdat een stapel papier tijdens het snijden iets kan verschuiven, komt het mes soms net naast je ontwerp. Met afloop en een veilige marge merk je daar niets van.
Laat je achtergrond doorlopen vóórbij de snijrand. Dat stuk wordt weggesneden en zie je niet terug op het eindproduct. Zonder afloop ontstaat er een wit randje zodra het mes iets afwijkt.
Klein formaat: 3 mm rondom. Large format: 10 mm rondom.
Houd belangrijke tekst en beeld minimaal 3 mm van de snijrand. Zo staat er nooit iets half afgesneden op je drukwerk.
Lever je PDF aan zónder snijtekens, paskruizen of kleurbalken.
Een kader maakt elke kleine verschuiving zichtbaar: bij een kader van 3 mm valt een afwijking van 2 mm meteen op. We kunnen niet garanderen dat je ontwerp exact gecentreerd wordt gesneden. Wil je toch een kader? Maak het dan flink breed, dan valt een verschuiving niet op.
Lever alle pagina’s in dezelfde oriëntatie aan. Een handig geheugensteuntje: de achterzijde wordt altijd gedrukt alsof je een bladzijde van een boek omslaat — dus gedraaid om de verticale as, niet om de horizontale.
Bij full colour drukwerk zet je je ontwerp zelf om naar CMYK. Blijven er RGB- of PMS-kleuren in je bestand staan, dan worden die automatisch omgezet — maar die omzetting is onvoorspelbaar en levert kleurverschil op. Zet ze dus handmatig om vóórdat je uploadt.
Sla je bestand op met een kleurprofiel: Coated FOGRA39 (ISO 12647-2:2004) voor gestreken papier, Uncoated FOGRA29 voor ongestreken papier. Houd de totale inktdekking onder de 280%.
Bouw het zwart voor grote vlakken op als:
C 50 · M 40 · Y 40 · K 100Dat geeft een mooi diep zwart, veel voller dan alleen 100% K.
Lees- en bodytekst maak je altijd op in:
alleen 100% KZo blijft de tekst haarscherp. Een volle CMYK-opbouw maakt kleine letters onrustig aan de randen.
Bij kleine corpsen en dunne lettertypen kan een volle CMYK-opbouw zichtbaar worden langs de randen van de witte letters. Bouw het zwart dan op als K 100% + C 40%, en vermijd hele kleine of light letters.
Drukinkt is transparant, dus de ondergrond bepaalt mee hoe een kleur eruitziet. Dezelfde kleur op ongestreken papier zoals hv offset oogt duidelijk anders dan op gestreken papier zoals gesatineerd mc.
Gebruik je één ontwerp voor een hele huisstijl? Kies dan overal zoveel mogelijk hetzelfde materiaal.
Het Pantone Matching System bestaat uit ruim 1100 kleuren met elk een eigen code. Dankzij die codering drukt elke drukkerij ter wereld exact dezelfde kleur — ideaal voor huisstijldrukwerk.
Gebruik alleen echte Pantone-benamingen. Namen als ‘Baksteenrood’, ‘Grasgroen’ of ‘Merkpaars’ kunnen niet als PMS-kleur gemengd worden. Een PMS-kleur in CMYK laten drukken kan wel, maar de omzetting is onvoorspelbaar: het resultaat wijkt af van de waaier.
Bij overdruk worden kleurlagen over elkaar heen gedrukt in plaats van uitgespaard. Veel ontwerpprogramma’s tonen standaard een voorvertoning zonder overdruk, terwijl de pers wel overdrukt. Zet in je software daarom ‘Overdruk simuleren’ aan, zodat je ziet wat er werkelijk gebeurt.
De instelling vind je in InDesign via Venster › Uitvoer › Kenmerken, en in Illustrator via Venster › Kenmerken.
Zet wit in een gewoon full colour ontwerp nooit op overdruk. Wit is daar geen drukkleur: het wordt juist zichtbaar doordat het uit de ondergrond wordt gespaard.
Bij producten met een echte witte drukgang (dekwit) bepaalt de overdrukinstelling het resultaat. Met overdruk aan wordt het wit óver de kleur gedrukt en valt het minder op; dit is de standaard. Met overdruk uit dekt het wit de kleuren eronder volledig af.
Zeker weten dat er geen kleur doorschijnt? Leg een kopie van het object in 100% wit zónder overdruk eroverheen, of knip de vorm met Pathfinder uit de onderliggende bedrukking.
Een snijlijn teken je in vectorsoftware zoals Adobe Illustrator. Photoshop is hiervoor niet geschikt: dat werkt met pixels in plaats van vectoren.
Wil je meer dan alleen bedrukking — bijvoorbeeld contour snijden, een rillijn of goudfolie? Geef dat aan met een steunkleur met een vaste naam, op overdruk, in een aparte laag bovenop je ontwerp.
Speciaal voor stickers: Gold gloss, Gold matt, Silver gloss, Silver matt, Copper gloss en Rose gloss.
Een veredeling wordt in twee rondes gemaakt: eerst wordt je ontwerp gedrukt, daarna brengt een andere machine de lak of folie aan. Staat het spotobject op uitsparen, dan blijft die plek in ronde één onbedrukt wit. Wijkt de tweede machine dan ook maar een haartje af, dan zie je een wit randje rond de lak. Met overdruk loopt de kleurlaag eronder gewoon door en kan dat niet gebeuren.
Alle steunkleuren met de juiste benamingen laad je in één keer in. Vraag het bestand bij ons op, dan krijg je het dezelfde werkdag toegestuurd.
InDesign: kies Stalen laden in het menu van het deelvenster Stalen, selecteer het .ase-bestand en klik op Openen.
Illustrator: kies Staalbibliotheek openen, klik op Andere bibliotheek, selecteer het .ase-bestand en klik op Openen.
Goed drukwerk staat of valt met de juiste exportinstellingen. Hieronder staat per toepassing waar je op let.
Voor visitekaartjes, flyers, brochures en kaarten. Er is een aparte instelling voor gestreken en voor ongestreken papier.
300 dpi · 3 mm afloop · geen snijtekens. Hogere resoluties worden teruggebracht naar 300 dpi.
Voor plaatmateriaal, borden en signing.
150 dpi · 10 mm afloop · geen snijtekens. Een PDF kan maximaal 545 cm groot zijn; is je eindformaat groter, maak het bestand dan geschaald op (bijvoorbeeld 50% of 10%) en laat de resolutie dan niet terugbrengen.
We hebben de vier exportvoorinstellingen (.joboptions) klaarliggen voor klein formaat gestreken, klein formaat ongestreken, large format en large format geschaald. Laad je ze één keer in via het venster Adobe PDF-voorinstellingen, dan heb je voortaan altijd de juiste instellingen bij de hand.
Vraag de exportinstellingen aanSpeelgeld voor een feest, evenement of spel mag, maar alleen binnen duidelijke grenzen:
Zie ook: Algemene aanleverspecificaties en Wat is afloop (bleed)?
Twijfel je over je bestand? Stuur het gerust even op, dan kijken we met je mee.
info@printendruk.com